UE-Stichting.nl

Hoofdmenu voor internet explorer gebruikers:

zoeken

Module 4 - voedselkwaliteit en groei

Insecten in de Klas - Practicum 4

Voedselkwaliteit en groei

Geef ons maar kwaliteit


Samenvatting
De voedingswaarde van een voedselbron wordt gemeten aan de hand van de groeisnelheid van een organisme dat van deze voedselbron afhankelijk is voor onderhoud en groei. De voedingswaarde is vaak uit te drukken als de hoeveelheid per gewichtseenheid voedsel van de belangrijkste groepen voedingsstoffen: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen en vitamines in voedsel.  
Rupsen hebben tijdens hun bestaan één hoofd-activiteit uit, namelijk het eten van plantenweefsel. De samenstelling van het eten is anders dan die van de rupsen zelf. Voedsel waarvan de voedingstoffen-samenstelling veel lijkt op die van het rupsenlichaam heeft een hoge voedingswaarde maar de samenstelling van plantenweefsel wijkt sterk af van die van rupsen. Rupsen proberen de lage voedingswaarde te compenseren door per dag meerdere malen hun eigen lichaamsgewicht aan plantenweefsel te eten. In deze proef wordt gekeken naar het effect van verschillende soorten voedsel op de rupsengroei.  Zulke effecten kunnen pas wetenschappelijk aangetoond worden als er een statistische toets is gebruikt. Voordat een proef wordt uitgevoerd, dient al bekend te zijn met welke toets het verschil tussen behandelingen wordt getoetst. De uitkomsten van deze proef worden geanalyseerd met de Wilcoxon twee-steekproeven toets. Er zijn dus groepsgewijze gegevens nodig. De groei van rupsen wordt gemeten als het gewicht bereikt aan het einde van de proef. De hypothese  is dat de kwaliteit van het voedsel bepaalt hoeveel rupsen zullen groeien. De soorten voedsel worden geschat op hun voedingswaarde en er wordt gekeken of verwachtingen overeenkomen met de meetresultaten.

Klik hier voor het lespakket
 
You are here: Home Lessen module 5